ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ7365
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling wegens voorbereiding uitzetting
Eiser, een vreemdeling van Guinese nationaliteit, is op 1 maart 2004 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder op 17 maart 2004 geoordeeld dat het voortduren en de tenuitvoerlegging van deze maatregel niet onrechtmatig zijn.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank of er sindsdien feiten of omstandigheden zijn die het voortduren van de bewaring onrechtmatig maken. De rechtbank stelt vast dat de uitzetting van eiser met voldoende voortvarendheid wordt voorbereid. Hoewel een groepspresentatie bij de Guinese autoriteiten op 19 maart 2004 werd geannuleerd, is afgesproken dat de Unit Facilitering Terugkeer (UFT) van de IND de presentatie zal uitvoeren op 23 april 2004, waarbij alleen een medewerker van de UFT en een tolk aanwezig zullen zijn.
De consul van Guinee zal na onderzoek een laissez-passer afgeven indien de nationaliteit van eiser voldoende is vastgesteld. Daarnaast heeft een gehoor van eiser plaatsgevonden op 1 april 2004, nadat dit was uitgesteld vanwege een bezoek aan de GGD. De rechtbank concludeert dat de gronden voor bewaring blijven bestaan en dat de maatregel niet onrechtmatig is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard omdat de uitzetting met voldoende voortvarendheid wordt voorbereid.