ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ7377
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Vordering tot onmiddellijke invrijheidsstelling wegens verlopen pij-maatregel
Eiser, geplaatst in een justitiële jeugdinrichting op grond van een pij-maatregel, vordert onmiddellijke invrijheidsstelling omdat de maatregel volgens hem is verlopen. De pij-maatregel is opgelegd bij onherroepelijk arrest van 12 maart 2002 en eindigt volgens artikel 77s Sr na twee jaar, tenzij de veroordeelde uit anderen hoofde is gedetineerd of zich aan detentie heeft onttrokken. Eiser was vanaf 24 juni 2002 geoorloofd in vrijheid, waardoor de termijn van twee jaar vanaf dat moment is gaan lopen en op 24 juni 2004 is geëindigd.
Gedaagde heeft de pij-maatregel pas op 25 februari 2004 ten uitvoer gelegd. De rechtbank oordeelt dat gedaagde niet tijdig een verlenging van de maatregel heeft aangevraagd zoals vereist in artikel 77t Sr juncto artikel 509oa Sv. De toezegging aan eiser dat hij in vrijheid zou worden gesteld is ingetrokken en kon geen gerechtvaardigd vertrouwen wekken.
De rechtbank geeft gedaagde vier dagen de tijd om een vordering tot voorlopige voortzetting van de pij-maatregel in te dienen. Indien dit niet gebeurt of de rechter-commissaris niet tot voorlopige voortzetting besluit, moet eiser in vrijheid worden gesteld. Gedaagde wordt veroordeeld in de kosten van het geding. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde krijgt vier dagen om verlenging pij-maatregel te vorderen, anders wordt eiser in vrijheid gesteld.