ECLI:NL:RBSGR:2004:AR0483
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Daal
- Nijman
- Van de Kar
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak co-assistent van ontuchtige handelingen bij pre-operatief onderzoek
De rechtbank 's-Gravenhage heeft op 1 september 2004 uitspraak gedaan in de zaak tegen een verdachte die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met patiënten tijdens pre-operatieve onderzoeken.
De officier van justitie had een werkstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf geëist, alsmede ontzetting uit het artsenberoep. De rechtbank oordeelde echter dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat de verdachte ontucht had gepleegd. De verrichte handelingen werden gezien als medische onderzoekshandelingen binnen zijn opleiding als co-assistent.
Hoewel de verdachte zonder toestemming of toezicht van een gynaecoloog handelingen had uitgevoerd, was er onduidelijkheid over de bevoegdheid en ontbraken duidelijke voorschriften. De begeleiding was gebrekkig en de verdachte handelde uit leergierigheid en eigen inzicht. Dit eigenmachtig optreden en gebrekkige communicatie met patiënten konden hem worden verweten, maar er was onvoldoende bewijs voor opzet tot ontucht.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet ontvankelijk verklaard omdat de verdachte werd vrijgesproken. De rechtbank bepaalde tevens dat de benadeelde partij de kosten van de verdediging van de verdachte moest dragen, welke nihil werden begroot.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van ontuchtige handelingen wegens onvoldoende bewijs.