ECLI:NL:RBSGR:2004:AR2459
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ongewenstverklaring en beëindiging gedoogsituatie vreemdeling uit Afghanistan
Verzoeker, een Afghaanse vreemdeling, werd bij besluit van 11 februari 2004 ongewenst verklaard en zijn gedoogsituatie, die voortkwam uit een eerdere asielprocedure, werd beëindigd. Verzoeker betwistte dit en voerde aan dat hij bij terugkeer naar Afghanistan een reëel risico liep op schending van artikel 3 EVRM Pro en dat zijn gezinsleven in Nederland onvoldoende was onderzocht.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het besluit van 14 mei 2004, waarin werd geconcludeerd dat geen reëel risico meer bestond, als een besluit in de zin van de Awb moet worden gezien. Verweerder had onvoldoende gemotiveerd waarom de gedoogsituatie werd beëindigd en had nagelaten verzoeker te horen, wat strijdig is met artikel 7:2 Awb Pro.
Verder werd vastgesteld dat verzoekers verklaringen over zijn verblijf en vertrek uit Afghanistan niet consistent waren, wat de geloofwaardigheid aantastte. Toch was er onvoldoende bewijs dat hij tot risicogroepen behoorde die een reëel risico lopen op onmenselijke behandeling.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de uitzetting van verzoeker wordt opgeschort totdat op zijn bezwaar is beslist. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot ongewenstverklaring en beëindiging van de gedoogsituatie werd vernietigd en de uitzetting van verzoeker opgeschort totdat op bezwaar is beslist.