ECLI:NL:RBSGR:2004:AR2802
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Elkerbout
- Sentrop
- Van Maurik
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel door handelen in cocaïne en heroïne
Veroordeelde is bij vonnis veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met het verbod van artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet, door gedurende negen weken cocaïne en heroïne te verhandelen.
De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, gebaseerd op een rapport waarin het voordeel werd berekend op €7.955,- over een periode van 26 weken. Veroordeelde erkende een voordeel van circa €3.000,- over de negen weken dat hij daadwerkelijk handelde.
De rechtbank stelde vast dat het voordeel kan worden geschat op €3.000,- en legde veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen. De beslissing is genomen op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
De zitting vond plaats op 13 september 2004, waarbij veroordeelde werd gehoord en bijgestaan door zijn raadsman. De uitspraak volgde op 27 september 2004 door de meervoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €3.000 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.