ECLI:NL:RBSGR:2004:AR3304
Rechtbank 's-Gravenhage
- Mondelinge uitspraak
- A. van ‘t Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit buiten behandeling stellen verblijfsvergunning wegens niet betalen leges
Eiser had een aanvraag ingediend tot verlenging van zijn verblijfsvergunning voor bepaalde tijd met als doel verblijf bij echtgenote. Deze aanvraag werd buiten behandeling gesteld omdat eiser de verschuldigde leges niet had betaald. Eiser stelde dat de legesheffing in strijd was met de Grondwet en diverse internationale verdragen, waaronder het Europees Sociaal Handvest en het Europees Vestigingsverdrag.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte had gesteld dat het niet relevant was of artikel 24, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 in strijd was met deze internationale bepalingen. Volgens artikel 94 van Pro de Grondwet mogen nationale wetten niet worden toegepast indien zij strijdig zijn met internationale verdragen. Verweerder had nagelaten te motiveren waarom de legesheffing niet in strijd zou zijn met deze verdragen.
Daarom ontbeerde het bestreden besluit een deugdelijke motivering en was het genomen in strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep van eiser werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat der Nederlanden aangewezen als de partij die deze kosten en het griffierecht dient te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot buitenbehandelingstelling van de aanvraag wordt vernietigd.