ECLI:NL:RBSGR:2004:AR3325
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen maatregel van vreemdelingenbewaring wegens misbruik van procesrecht
De zaak betreft een beroep van een Iraakse vreemdeling tegen de oplegging van een maatregel van vreemdelingenbewaring door de minister, met het oog op zijn uitzetting naar Italië. De maatregel werd opgelegd op 8 september 2004, waarna de eiser op 9 september 2004 beroep instelde. Verweerder stelde dat het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens misbruik van procesrecht, omdat het beroep te snel en zonder specifieke gronden was ingesteld, wat volgens hem de rechterlijke en bestuursorganen onnodig belast.
De rechtbank oordeelt echter dat het recht op een spoedige toetsing van vrijheidsontneming, zoals vastgelegd in artikel 5 EVRM Pro, niet aan bijzondere restricties is gebonden en dat het instellen van beroep tegen de maatregel vóór kennisgeving aan de rechtbank is toegestaan. Er is geen sprake van misbruik van procesrecht. De procedure is in overeenstemming met de wettelijke vereisten en de maatregel is niet onrechtmatig.
Verder stelt de rechtbank vast dat eiser niet rechtmatig in Nederland verblijft en dat er een vlucht is geboekt voor overdracht aan de Italiaanse autoriteiten. De gronden voor bewaring blijven bestaan en de minister werkt voldoende voortvarend aan de uitzetting. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en de maatregel blijft van kracht.