ECLI:NL:RBSGR:2004:AR3387
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting
Eiser, van Chinese nationaliteit, werd op 14 september 2004 in bewaring gesteld wegens illegaal verblijf in Nederland na overdracht van Duitse grensautoriteiten. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel, waarbij verweerder het beroep niet-ontvankelijk wilde laten verklaren wegens het ontbreken van gronden. De rechtbank verwierp dit en stelde dat het enkel instellen van beroep voldoende is om de rechtmatigheid van de vrijheidsbeneming te toetsen.
De rechtbank beoordeelde of de bewaring in overeenstemming was met de wet en of de belangenafweging redelijk was. Geconstateerd werd dat eiser niet rechtmatig in Nederland verbleef, geen identiteitsdocument bezat, geen vaste verblijfplaats had en niet meewerkte aan uitzetting. Verweerder werkte voortvarend aan uitzetting, onder meer door pogingen tot claim bij Italiaanse autoriteiten.
De rechtbank concludeerde dat de gronden voor bewaring nog steeds aanwezig zijn en dat de maatregel niet onrechtmatig is. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.