ECLI:NL:RBSGR:2004:AR3390
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid bewaring vreemdeling en misbruik van procesrecht
Eiser, een vreemdeling van Algerijnse nationaliteit, is op 9 september 2004 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 Vw Pro 2000 nadat hij zijn strafrechtelijke detentie had uitgezeten. Eiser stelde direct beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. Verweerder stelde dat het beroep misbruik van procesrecht betrof en verzocht om veroordeling van de gemachtigde in de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van misbruik van procesrecht omdat eiser het recht heeft om de rechtmatigheid van zijn vrijheidsbenemende maatregel snel aan de rechter voor te leggen. De rechtbank wees het verzoek om proceskostenveroordeling af omdat de gemachtigde geen partij is in de procedure en een natuurlijk persoon alleen bij kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht kan worden veroordeeld.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet rechtmatig in Nederland verbleef, geen identiteitsdocument had, geen vaste woon- of verblijfplaats kon aanwijzen, zich niet aan zijn vertrektermijn had gehouden en bovendien ongewenst was verklaard. Er was voldoende zicht op uitzetting, mede omdat de aanvraag voor een laissez-passer bij de Marokkaanse autoriteiten nog in behandeling was en verweerder regelmatig rappelleerde.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring niet onrechtmatig was en dat de gronden voor bewaring nog steeds bestonden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.