ECLI:NL:RBSGR:2004:AR3407
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen bewaring vreemdeling wegens gezondheidsproblemen
Eiser is op 31 augustus 2004 in bewaring gesteld en opgenomen in het penitentiair ziekenhuis Scheveningen vanwege gezondheidsproblemen. Hij werd tweemaal opgeroepen voor verhoor, maar kon vanwege zijn toestand niet worden vervoerd. Zijn gemachtigde sprak namens hem tijdens de zitting.
De rechtbank constateert dat eiser niet tijdig is gehoord, wat een schending is van artikel 94, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Bij de belangenafweging weegt de rechtbank het belang van eiser bij naleving van dit voorschrift af tegen het belang van verweerder bij voortzetting van de bewaring.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig kunnen horen van eiser binnen zijn risicosfeer valt en niet aan verweerder of de rechtbank te wijten is. Bovendien beschikt eiser niet over een geldig identiteitsbewijs, vaste verblijfplaats of voldoende middelen van bestaan. De Dublin-claim voor Portugal werd negatief beoordeeld en een laissez-passer-aanvraag voor Egypte is ingediend.
Daarom is de bewaring niet onrechtmatig en wordt het beroep ongegrond verklaard. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.