ECLI:NL:RBSGR:2004:AR3411
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.M. Schelfhout
- B.W.P.M. Corbeij-Smits
- J.M.E. Derks
- Rechtspraak.nl
Ongelijke behandeling mvv-vereiste bij gezinshereniging niet strijdig met discriminatieverbod
Eiseres, een niet-gemeenschapsonderdaan, verzocht om een verblijfsvergunning voor gezinshereniging bij haar Nederlandse echtgenoot. Verweerder wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het ontbreken van een vrijstellingsgrond. Eiseres stelde dat zij hierdoor ongelijk werd behandeld ten opzichte van gemeenschapsonderdanen die wel van een vrijstelling profiteren, en dat dit discriminatoir was.
De rechtbank stelde vast dat het onderscheid in het mvv-vereiste gebaseerd is op de status van het zijn van (echtgenoot van) een gemeenschapsonderdaan. Dit onderscheid is volgens vaste jurisprudentie toegestaan indien het op redelijke en objectieve gronden berust. De rechtbank oordeelde dat de beperking van de vrijstelling tot gemeenschapsonderdanen gerechtvaardigd is vanwege het respect voor het gemeenschapsrecht en het belang van een restrictief toelatingsbeleid.
Verder concludeerde de rechtbank dat de hardheidsclausule niet van toepassing is, omdat eiseres geen objectieve belemmeringen heeft om terug te keren naar haar land van herkomst voor het aanvragen van de mvv. Ook is geen sprake van een inmenging in het familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro die een positieve verplichting tot verblijf zou opleggen.
Ten slotte stelde de rechtbank vast dat verweerder ten onrechte heeft afgezien van het horen van eiseres in de bezwaarprocedure. Hierdoor werd het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar met behoud van de rechtsgevolgen van dat besluit. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens het niet horen van eiseres, het besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.