ECLI:NL:RBSGR:2004:AR3422
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van aanvragen mvv voor zelfstandige arbeid wegens ontbreken wezenlijk Nederlands belang
Vier eisers met de Marokkaanse nationaliteit vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan om als zelfstandige in Nederland te werken. Verweerder wees deze aanvragen af op grond van het ontbreken van een wezenlijk Nederlands belang. De rechtbank toetste deze besluiten en oordeelde dat verweerder zich in redelijkheid op dit standpunt kon stellen.
Verweerder baseerde zich onder meer op een ambtsbericht van de Minister van Economische Zaken waarin werd gesteld dat de beoogde bedrijfsactiviteiten van eisers geen innovatieve waarde of positieve bijdrage aan de Nederlandse economie leveren. Ook waren er geen specifieke kwaliteiten van eisers die een wezenlijke toevoeging zouden vormen, noch was er sprake van een gespecialiseerde functie waarvoor geen Nederlanders of vreemdelingen met een geldige verblijfsvergunning beschikbaar zijn.
Eisers voerden aan niet op de hoogte te zijn van het onderzoek en niet gehoord te zijn, maar de rechtbank oordeelde dat verweerder terecht van een hoorplicht kon afzien omdat de bezwaren kennelijk ongegrond waren. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de afwijzing van de mvv-aanvragen wegens ontbreken van een wezenlijk Nederlands belang.