ECLI:NL:RBSGR:2004:AR3697
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van aanvraag verblijfsvergunning alleenstaande minderjarige vreemdeling en voortgezet verblijf
Eiser, afkomstig uit de Democratische Republiek Congo, verzocht om een verblijfsvergunning asiel en een vergunning als alleenstaande minderjarige vreemdeling (amv). De aanvraag voor asiel werd afgewezen omdat eiser onvoldoende geloofwaardige documenten en reisverklaringen overlegde en geen aannemelijk risico op vervolging kon worden vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het relaas van eiser terecht ongeloofwaardig achtte, mede vanwege inconsistenties in zijn verklaringen en het ontbreken van officiële documenten. Hierdoor kon de verblijfsvergunning asiel niet worden toegekend.
Ten aanzien van de amv-vergunning stelde eiser dat hij gedurende zijn minderjarigheid recht had op deze vergunning en aanspraak maakte op voortgezet verblijf. Verweerder had echter niet gemotiveerd waarom deze vergunning niet was verleend tijdens zijn minderjarigheid. De rechtbank stelde vast dat dit in strijd was met het motiveringsbeginsel en vernietigde het besluit tot weigering van de amv-vergunning.
De rechtbank droeg verweerder op binnen veertien weken een nieuw besluit te nemen en veroordeelde verweerder in de proceskosten. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de hoofdzaak reeds was beslist.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij het weigeren van verblijfsvergunningen aan minderjarigen en de noodzaak om individuele omstandigheden zorgvuldig te beoordelen.
Uitkomst: Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel ongegrond, beroep tegen weigering amv-vergunning gegrond en besluit vernietigd.