ECLI:NL:RBSGR:2004:AR3831
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Weigering tewerkstellingsvergunning en directe belangen van werknemer
De werkgever heeft een tewerkstellingsvergunning aangevraagd voor een werknemer in de functie van meewerkend voorman, welke door de Centrale organisatie werk en inkomen (COWI) is geweigerd. Zowel de werkgever als de werknemer hebben bezwaar en beroep ingesteld tegen deze weigering. De rechtbank heeft onderzocht of de werknemer als belanghebbende kan worden aangemerkt en concludeert dat het belang van de werknemer rechtstreeks en actueel wordt geraakt door het besluit, ongeacht of de werkgever bezwaar of beroep heeft ingesteld.
De rechtbank overweegt dat de weigering van de vergunning terecht is gebaseerd op het feit dat voor de functie prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt beschikbaar is, mede omdat de functie als ongeschoolde arbeid wordt aangemerkt. Daarnaast heeft de werkgever onvoldoende wervingsinspanningen verricht, onder meer door het niet melden van de vacature bij het Eures-systeem en het stellen van irreële functie-eisen zoals het RAS-diploma en beheersing van de Arabische taal, waardoor de kring van potentiële kandidaten onnodig werd beperkt.
De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt daarmee de weigering van de tewerkstellingsvergunning. Er zijn geen omstandigheden die leiden tot toewijzing van proceskosten aan een van de partijen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de tewerkstellingsvergunning wordt ongegrond verklaard.