ECLI:NL:RBSGR:2004:AR3868
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring vreemdeling met rechtmatig verblijf en toekenning schadevergoeding
De vreemdeling werd op 13 augustus 2004 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat niet was gebleken dat hij rechtmatig verblijf had. Na nader onderzoek en contact met de Immigratie- en Naturalisatiedienst bleek dat de vreemdeling wel rechtmatig verblijf had, waarop de bewaring op 16 augustus 2004 werd opgeheven.
De rechtbank stelt vast dat de bewaring van meet af aan onrechtmatig was omdat de vreemdeling rechtmatig verblijf had, anders dan bedoeld in artikel 8, onder f, g en h van de Vw 2000. De omstandigheid dat ten tijde van de inbewaringstelling onvoldoende was gebleken dat de vreemdeling rechtmatig verblijf had, geeft geen bevoegdheid tot bewaring.
De rechtbank kent de vreemdeling schadevergoeding toe voor de periode van 13 tot en met 15 augustus 2004, maar matigt deze tot de helft vanwege het feit dat de vreemdeling voorafgaand aan de bewaring zijn rechtmatig verblijf niet aannemelijk had gemaakt met een geldig verblijfsdocument. De schadevergoeding wordt vastgesteld op €142,50. Daarnaast worden proceskosten van €622,- toegekend.
De uitspraak is gedaan door rechter N.W.A. Stegeman-Kragting op 9 september 2004 en is openbaar uitgesproken in aanwezigheid van griffier mr. G. Tajjiou.
Uitkomst: Bewaring onrechtmatig verklaard en schadevergoeding van €142,50 toegekend met proceskostenvergoeding.