ECLI:NL:RBSGR:2004:AR4224
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering categoriebescherming Somalië
Eiser, een Somalische asielzoeker behorend tot de Ogaden-subclan van de Darod, verzocht om een verblijfsvergunning op asielgronden. Verweerder wees dit verzoek af, stellende dat eiser geen vluchteling was en geen verblijfsalternatief had in Somalië. Eiser voerde aan dat de gebieden Somaliland, Puntland, Galgahud en Hiiran geen veilig vestigingsalternatief voor hem vormen vanwege clanconflicten en discriminatie.
De rechtbank oordeelde dat het asielrelaas van eiser onvoldoende concrete aanwijzingen bevatte om hem als vluchteling aan te merken. Ook werd geoordeeld dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij een reëel risico liep op foltering of onmenselijke behandeling bij terugkeer, noch dat er sprake was van individuele humanitaire redenen voor verblijf. Wel stelde de rechtbank vast dat verweerder onvoldoende was ingegaan op de zienswijze van eiser met betrekking tot het categoriale beschermingsbeleid, wat een schending van artikel 42, derde lid, Vreemdelingenwet 2000 inhoudt.
De rechtbank vernietigde daarom het besluit en wees het beroep toe. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser. De rechtbank zag geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten, mede gelet op nieuwe stukken en interim maatregelen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over het categoriale beschermingsbeleid.