ECLI:NL:RBSGR:2004:AR4239
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening wegens gebreken in indiening
Verzoekster, van Colombiaanse nationaliteit, diende een verzoekschrift in voor een voorlopige voorziening bij de rechtbank 's-Gravenhage. Het verzoekschrift was opgesteld op briefpapier van Stichting Catsi, maar bevatte geen adres of naam van de feitelijke indiener en was niet ondertekend door verzoekster. Tevens ontbrak een afschrift van het gerelateerde besluit en was er geen griffierecht betaald.
De rechtbank constateerde dat vele soortgelijke verzoekschriften met hetzelfde briefhoofd en soortgelijke gebreken waren ingediend, vaak zonder duidelijke gemachtigde en met onleesbare handtekeningen. De rechtbank stuurde meerdere aangetekende brieven naar betrokkenen op het adres Beeklaan 107 te Den Haag om opheldering te verkrijgen, maar ontving geen inhoudelijke reactie.
Een van de genoemde personen, A.I. [D], verklaarde later telefonisch en schriftelijk geen gemachtigde te zijn. De voorzieningenrechter concludeerde dat verzoekster verantwoordelijk is voor de keuze van haar gemachtigde en dat de gebreken niet zijn hersteld ondanks de geboden gelegenheid.
Gelet op de wettelijke vereisten en het ontbreken van herstel van de verzuimen, verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk en sloot het onderzoek. Er werd geen aanleiding gezien voor een kostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens formele gebreken en het ontbreken van herstel.