ECLI:NL:RBSGR:2004:AR4252
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering verblijfsvergunning medische behandeling wegens onvoldoende motivering
Eiseres, een vrouw van Marokkaanse afkomst van ongeveer 64 jaar, verzocht om een verblijfsvergunning onder de beperking medische behandeling. De Minister wees dit verzoek af omdat medische behandeling in Marokko mogelijk zou zijn en Nederland niet het meest aangewezen land zou zijn. Eiseres stelde dat zij vanwege haar fysieke en psychische toestand, de afstand en het ontbreken van begeleiding in Marokko niet zelfstandig toegang tot medische zorg kon krijgen. Tevens voerde zij aan dat haar depressie mede voortkomt uit het feit dat zij in 1974 tegen haar wil in Marokko werd achtergelaten en haar kinderen naar Nederland zijn gegaan.
De rechtbank stelde vast dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was, met name omdat de andere dan strikt medische omstandigheden onvoldoende waren meegewogen. De BMA-adviezen en contra-expertise wezen op een ernstige fysieke en psychische toestand van eiseres die reizen zonder begeleiding onmogelijk maakt. Ook werd onvoldoende rekening gehouden met de gevolgen van een weigering op grond van artikel 8 EVRM Pro, waarbij de nauwe band met haar kinderen en het sociaal netwerk in Nederland relevant is.
De rechtbank oordeelde dat het besluit in strijd was met artikel 3:46 Awb Pro wegens gebrek aan deugdelijke motivering en onvoldoende belangenafweging. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de Minister opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en werd de Staat der Nederlanden aangewezen als rechtspersoon voor vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en de Minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.