ECLI:NL:RBSGR:2004:AR4313
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Verzoek om verlenging verblijfsvergunning na verbreking huwelijk afgewezen wegens niet tijdige melding
Eiser, van Egyptische nationaliteit, had een verblijfsvergunning op grond van zijn huwelijk met mevrouw C. In 1993 werd het samenwonen verbroken en in 1994 het huwelijk officieel ontbonden. Eiser diende in 2001 een aanvraag in voor verlenging van zijn verblijfsvergunning, die door verweerder werd afgewezen omdat het verblijfrecht van rechtswege was vervallen na de echtscheiding en de aanvraag niet tijdig was ingediend.
De rechtbank constateerde dat eiser zich beter bewust had moeten zijn van de gevolgen van de verbreking van het huwelijk en de noodzaak dit te melden. Verweerder had de aanvraag terecht als een eerste aanvraag aangemerkt, maar had onvoldoende gemotiveerd waarom geen gebruik werd gemaakt van de inherente afwijkingsbevoegdheid. Beide partijen vertoonden nalatigheid, onder meer doordat de Vreemdelingendienst niet adequaat handelde bij het bekend worden van de echtscheiding.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die een verblijfsvergunning rechtvaardigen, maar dat verweerder de motivering van het besluit moest herzien. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering en nalatigheid.