ECLI:NL:RBSGR:2004:AR4399
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen wegens octrooi- en merkinbreuk bij zodenbemester
Veenhuis Machines B.V. vorderde in kort geding een verbod tegen Vreba Equipment en andere gedaagden wegens vermeende inbreuk op twee Nederlandse octrooien, een Europees octrooi en een Benelux-beeldmerk met betrekking tot een zodenbemester. Veenhuis leverde in 2003 een zodenbemester aan Vreba, die in 2004 een soortgelijke machine liet vervaardigen en verkopen aan een loonwerkersbedrijf.
De voorzieningenrechter oordeelde dat Veenhuis niet ontvankelijk was voor haar vorderingen gebaseerd op het Nederlandse octrooi nr. 192183 en het Europese octrooi nr. 1 044 592 vanwege het niet volledig overleggen van het octrooi en het ontbreken van een vertaling. De inbreukvordering op het Nederlandse octrooi nr. 1 011 803 werd afgewezen omdat de door Vreba geleverde machine niet voldeed aan het kenmerk van verwijderbare messen, waardoor geen middellijke inbreuk kon worden aangenomen.
De merkinbreukvordering werd afgewezen omdat het merkrecht was uitgeput; de uitstroomrubbers met het merk waren rechtmatig in het verkeer gebracht via een officiële dealer. De vordering wegens slaafse nabootsing werd eveneens afgewezen vanwege onvoldoende aannemelijkheid en technische verschillen tussen de machines. Veenhuis werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vorderingen van Veenhuis wegens octrooi- en merkinbreuk worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.