ECLI:NL:RBSGR:2004:AR4412
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. van Es
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige inbewaringstelling wegens ontbreken zicht op uitzetting naar Somalië
Eiser, een Somalische vreemdeling behorend tot de Darod-clan, subclan Marehan, werd in bewaring gesteld tijdens zijn meldplicht. Hij betwistte dat hij zijn terugkeer via het IOM had gefrustreerd en stelde dat terugkeer naar Somalië feitelijk onmogelijk was vanwege het vertrekmoratorium voor bepaalde minderheden zonder banden in Noord-Somalië.
De rechtbank overwoog dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) een interim measure had getroffen ter bescherming van leden van de Darod-clan, subclan Majerteen, die ook geldt voor de Marehan vanwege hun geografische en clanrelaties. Dit leidde tot het oordeel dat uitzetting naar Noord-Somalië niet mogelijk was, waardoor het zicht op uitzetting ontbrak.
De rechtbank concludeerde dat de inbewaringstelling onrechtmatig was vanwege het ontbreken van uitzicht op uitzetting en verklaarde het beroep gegrond. De bewaring werd opgeheven en eiser werd een schadevergoeding toegekend voor de periode van onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens werden de proceskosten ten laste van de Staat der Nederlanden gebracht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, heft de bewaring op en kent een schadevergoeding toe wegens onrechtmatige vrijheidsontneming.