ECLI:NL:RBSGR:2004:AR4494
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting bewaring na intrekking asielbeschikking
Eiser werd op 8 april 2004 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Na indiening van een asielaanvraag op 12 april 2004 vond een categoriewijziging plaats, waarna de bewaring werd voortgezet op grond van artikel 59, eerste lid, onder b. Na afwijzing van de asielaanvraag op 21 mei 2004 en een daaropvolgende categoriewijziging werd de bewaring voortgezet op grond van artikel 59, eerste lid, onder a. De asielbeschikking werd op 26 juli 2004 ingetrokken, waarna wederom een categoriewijziging plaatsvond en de bewaring werd voortgezet.
De rechtbank oordeelt dat de termijn van zes weken, bedoeld in artikel 59, vierde lid, Vw 2000, niet opnieuw is aangevangen na de intrekking van de asielbeschikking, aangezien deze termijn reeds was verbruikt. Een herhaald gebruik van deze termijn is in strijd met de wettelijke strekking en de toelichting van het artikel, die beogen onzekerheid voor de vreemdeling zo kort mogelijk te houden. Tevens heeft verweerder geen belangenafweging gemaakt, wat de rechtbank onaanvaardbaar acht.
De rechtbank stelt vast dat eiser al op 8 april 2004 beschikte over een authentiek Tanzaniaans paspoort, hetgeen niet was meegenomen in de oorspronkelijke asielbeslissing. De intrekking van de asielbeschikking en de daaropvolgende voortzetting van de bewaring zijn daarom onrechtmatig. De rechtbank beveelt de opheffing van de bewaring en kent eiser een schadevergoeding toe van €490,- voor de periode vanaf 27 juli 2004, alsmede een vergoeding van proceskosten van €322,-.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Rechtbank 's-Gravenhage op 3 augustus 2004 en is onherroepelijk.
Uitkomst: De rechtbank beveelt opheffing van de bewaring en kent eiser schadevergoeding toe wegens onrechtmatige voortzetting.