ECLI:NL:RBSGR:2004:AR4694
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting vrijheidsontnemende maatregel in grenshospitium wegens onvoldoende beoordeling kansrijkheid asielverzoek
Eiseres, een Congolese asielzoekster, werd op 5 mei 2004 de toegang tot Nederland geweigerd en direct een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd in het grenshospitium. Verweerder besloot de maatregel voort te zetten op grond van het Wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire (WBV) 2004/32, dat een restrictievere doorplaatsing mogelijk maakt voor asielzoekers wier identiteit of asielrelaas nader onderzocht moet worden.
Eiseres voerde aan dat haar asielverzoek kansrijk was en dat verweerder ten onrechte had besloten de maatregel voort te zetten zonder een nieuwe plaatsingsbeschikking en zonder de kansrijkheid van het verzoek te beoordelen. Verweerder stelde dat de beoordeling van kansrijkheid niet aan de orde was in deze procedure en dat voortzetting van de maatregel gerechtvaardigd was.
De rechtbank oordeelde dat het beleid van verweerder binnen de wettelijke grenzen van artikel 6 Vreemdelingenwet Pro 2000 bleef en niet kennelijk onredelijk was. Echter, verweerder had niet beoordeeld of het asielverzoek van eiseres kansrijk was, terwijl dit volgens het WBV bepalend is voor doorplaatsing naar een opvangcentrum. Omdat het asielverzoek niet in het Aanmeldcentrum was afgedaan, kon de rechtbank deze beoordeling niet aan een andere rechter overlaten.
Daarom werd de voortzetting van de maatregel in strijd met het beleid geacht en onrechtmatig verklaard. De rechtbank beval opheffing van de maatregel, kende eiseres een schadevergoeding toe voor de onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelde de Staat tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, heft de vrijheidsontnemende maatregel op en kent schadevergoeding en proceskosten toe aan eiseres.