ECLI:NL:RBSGR:2004:AR4698
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaarmachtiging en belanghebbendheid bij afwijzing visumaanvragen familiebezoek
Eiser, met de Nederlandse nationaliteit, maakte bezwaar tegen de afwijzing van de visumaanvragen van zijn in Sudan woonachtige zuster en broer voor familiebezoek. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat niet was aangetoond dat eiser gemachtigd was namens de aanvragers bezwaar te maken.
De rechtbank beoordeelde dat eiser als broer van de aanvragers een rechtstreeks belang heeft bij de besluiten, omdat zijn mogelijkheid tot het genieten van familiebezoek afhankelijk is van de visa. Het persoonsgebonden karakter van het visum sluit zijn belang niet uit.
Verweerder handelde daarmee in strijd met de artikelen 1:2 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de bestreden besluiten en droeg verweerder op binnen veertien weken opnieuw te beslissen, met vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt gegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar tegen de afwijzing van de visumaanvragen wordt vernietigd.