ECLI:NL:RBSGR:2004:AR4705
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduring vrijheidsontneming en zicht op uitzetting in vreemdelingenzaak
Eiser is op 8 april 2004 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Na een eerdere ongegrondverklaring van beroep tegen de bewaring, is het beroep tegen de voortduring van de vrijheidsontneming behandeld op 9 juli 2004. Eiser betoogt dat het voornemen tot uitzetting gebaseerd is op een document dat niet rechtens toebehoort en dat de verschillende nationaliteiten die verweerder in de asiel- en bewaringsprocedure hanteert onrechtmatig zijn.
Verweerder stelt dat het is toegestaan om in verschillende procedures verschillende nationaliteiten te hanteren, omdat in de asielprocedure het asielrelaas centraal staat en in de bewaringsprocedure de feitelijke mogelijkheden tot uitzetting. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht in de asielprocedure uitgaat van het asielrelaas en dat het niet verplicht is om alle omstandigheden die de geloofwaardigheid aantasten in de afwijzende beschikking op te nemen.
De rechtbank overweegt dat verweerder bij de uitzettingsprocedure alle omstandigheden kan betrekken die kunnen leiden tot uitzetting, waaronder de aanwezigheid van een authentiek Tanzaniaans paspoort. Hoewel de uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening mogelijk andere inzichten kan geven, acht de rechtbank op dit moment een reëel perspectief op uitzetting aanwezig. Daarom is de voortduring van de vrijheidsontneming niet onrechtmatig en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortduring van de vrijheidsontneming wordt ongegrond verklaard omdat er een reëel perspectief op uitzetting bestaat.