ECLI:NL:RBSGR:2004:AR4852
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H. Gorter
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten verblijfsvergunning op grond van TBV 1999/22 wegens strijdigheid met gelijkheidsbeginsel
Eisers, een Iraanse familie, verzochten om een verblijfsvergunning op grond van het bijzondere driejarenbeleid voor Iraniërs (TBV 1999/22). De IND weigerde de vergunningen vanwege een contra-indicatie gebaseerd op een niet-authentiek document dat door eiser was overgelegd. Eisers voerden aan dat deze contra-indicatie ten onrechte ook aan de echtgenote en kinderen werd tegengeworpen en dat verweerder het gelijkheidsbeginsel schond door in vergelijkbare zaken de contra-indicatie niet toe te passen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ruime beleidsvrijheid heeft, maar dat het beleid niet kennelijk onredelijk is. Wel kon verweerder niet volstaan met een summiere motivering en moest nader worden ingegaan op het beroep op het gelijkheidsbeginsel. Eisers onderbouwden dat in vergelijkbare zaken de contra-indicatie was gepasseerd en dat de vergunningen aan de gezinsleden waren verleend.
De rechtbank stelde vast dat verweerder onzorgvuldig had gemotiveerd en dat de besluiten in strijd waren met artikel 3:46 Awb Pro. Daarom werden de beroepen gegrond verklaard, de besluiten vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken opnieuw te beslissen. Tevens werd een voorlopige voorziening getroffen die uitzetting verbood totdat op het bezwaar was beslist.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten van de IND en wijst de beroepen toe vanwege onvoldoende motivering en schending van het gelijkheidsbeginsel.