ECLI:NL:RBSGR:2004:AR5406
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- H. C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening vertrekmoratorium Somalische minderheid Bajuni
Verzoeker, van Somalische nationaliteit en behorend tot de Bajuni minderheid, vroeg om een voorlopige voorziening tegen zijn uitzetting. Hij stelde dat het vertrekmoratorium van toepassing moest zijn omdat hij geen veilig verblijfsalternatief in Somalië had. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker geen banden heeft met Noord-Somalië, waar het moratorium niet geldt, en dat de eilanden voor de kust van Zuid-Somalië als relatief veilig gebied gelden volgens het ambtsbericht van 24 maart 2004.
Verweerder stelde dat verzoeker niet onder het moratorium valt omdat hij banden heeft met de eilanden bij Zuid-Somalië en dat daar een veilig verblijfsalternatief is. De rechtbank volgde dit standpunt en concludeerde dat het moratorium van toepassing is, waardoor het belang van het verzoek vervalt. Verzoeker kon niet aantonen dat hij in Somalië geen veilig alternatief had.
De rechtbank wees het verzoek af en veroordeelde verweerder in de proceskosten. Er was geen aanleiding voor toepassing van een schorsende werking van het beroep. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter H. C. Greeuw op 16 juli 2004.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het vertrekmoratorium van toepassing is op verzoeker.