ECLI:NL:RBSGR:2004:AR5497
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Weigering tewerkstellingsvergunning wegens beschikbaarheid prioriteitgenietend aanbod en onvoldoende wervingsinspanningen
De werkgever heeft op 2 december 2002 een aanvraag ingediend voor een tewerkstellingsvergunning ten behoeve van een werknemer van Oekraïense nationaliteit in de functie van makelaar. Verweerder heeft deze vergunning op 3 april 2003 geweigerd wegens beschikbaarheid van prioriteitgenietend aanbod en onvoldoende wervingsinspanningen door de werkgever. Zowel de werknemer als de werkgever hebben bezwaar gemaakt, waarna de rechtbank het beroep van de werkgever niet-ontvankelijk verklaarde vanwege overschrijding van de termijn voor beroep.
De rechtbank oordeelde dat de werknemer als belanghebbende kan worden aangemerkt omdat zijn belang rechtstreeks wordt geraakt door de weigering van de vergunning. De rechtbank stelde vast dat de werkgever onvoldoende en te laat wervingsinspanningen had verricht, met slechts enkele advertenties voorafgaand en na de aanvraag, terwijl bij moeilijk vervulbare vacatures langere en frequentere werving vereist is.
Verder concludeerde de rechtbank dat de werkgever belemmeringen had opgeworpen, zoals het eisen van beheersing van de Russische taal en een makelaarsopleiding, waardoor mogelijk prioriteitgenietend aanbod niet heeft gereageerd. De rechtbank vond echter dat deze motivering onvoldoende was onderbouwd, maar dat dit geen vernietiging van het besluit rechtvaardigde.
Gelet op deze omstandigheden heeft de rechtbank het beroep van de werknemer ongegrond verklaard en de weigering van de tewerkstellingsvergunning bevestigd. Er zijn geen proceskosten aan een van de partijen toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep van de werkgever niet-ontvankelijk en wijst het beroep van de werknemer af, waarmee de weigering van de tewerkstellingsvergunning wordt bevestigd.