ECLI:NL:RBSGR:2004:AR5713
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- H.F.M. Hofhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tegen versobering detentieregime wegens bezuinigingsmaatregel
Eisers, gedetineerden en een belangenvereniging, vorderden in kort geding dat de Staat wordt verboden de versobering van het detentieregime door te voeren en te handhaven. De versobering betrof een vermindering van het aantal uren activiteiten en bezoek, ingevoerd via een wijziging van de Penitentiaire maatregel en een bezuinigingsbrief van het ministerie van Justitie.
Eisers stelden dat deze versobering een verzwaring van hun straf inhoudt die ten tijde van hun strafoplegging niet voorzienbaar was, en daarmee in strijd is met het legaliteitsbeginsel (Art. 1 Sr Pro en Art. 7 EVRM Pro). De rechtbank oordeelde dat de maatregel slechts betrekking heeft op de uitvoering van de straf en geen nieuwe straf oplegt. De beleidsvrijheid van de Staat laat deze wijziging toe.
De rechtbank verwierp ook aanvullende rechtsgronden die ter zitting werden ingebracht wegens schending van de goede procesorde. Eisers konden niet aannemelijk maken dat de versobering zodanig was dat de strafrechter bij oplegging een lagere straf zou hebben gegeven. De vorderingen werden daarom afgewezen en eisers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en bevestigt de beleidsvrijheid van de Staat bij de versobering van het detentieregime.