ECLI:NL:RBSGR:2004:AR5758
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens verbroken feitelijke gezinsband
Eiseres, een minderjarige van Venezolaanse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging bij haar moeder in Nederland. De aanvraag werd afgewezen omdat de feitelijke gezinsband tussen eiseres en haar moeder als verbroken werd beschouwd, gelet op een referteperiode van meer dan zes jaar sinds de achterlating in het land van herkomst.
De rechtbank oordeelde dat de verwijzing naar het beleid in het Tussentijds Bericht Vreemdelingencirculaire 2002/4 (TBV 2002/4) correct was toegepast en dat geen bijzondere feiten of omstandigheden waren gebleken die een afwijking van dit beleid rechtvaardigen. De medische verklaring van de vader en de zorg van grootouders werden als voldoende beschouwd voor een aanvaardbare toekomst in het land van herkomst.
Verder werd geoordeeld dat de weigering geen schending van artikel 8 EVRM Pro oplevert, aangezien eiseres nooit een verblijfstitel heeft gehad en de positieve verplichting van de staat tot gezinshereniging niet van toepassing is in deze situatie. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.