ECLI:NL:RBSGR:2004:AR5782
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing weigering verlenging verblijfsvergunning na jeugddetentie
Eiser, een Chinese minderjarige asielzoeker, werd veroordeeld tot twaalf maanden jeugddetentie wegens een roofoverval gepleegd tijdens zijn verblijf in Nederland. Ondanks deze veroordeling werd zijn verblijfsvergunning twee keer verlengd. Verweerder weigerde vervolgens de derde verlenging en verklaarde eiser ongewenst vanwege gevaar voor de openbare orde.
De rechtbank oordeelt dat het lange tijdsverloop van zestien maanden tussen de veroordeling en het gehoor over het voornemen tot ongewenstverklaring, gevolgd door nog eens tien maanden tot het definitieve besluit, onaanvaardbaar is in het kader van een geloofwaardig openbare-ordebeleid. Tevens wekte verweerder door eerdere verlengingen de redelijke verwachting dat intrekking en ongewenstverklaring mogelijk achterwege zouden blijven.
Verweerder kon geen verklaring geven voor het tijdsverloop en hield onvoldoende rekening met de belangenafweging zoals voorgeschreven in artikel 3:4 Awb Pro. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en draagt verweerder op binnen tien weken een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, maar verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van verlenging verblijfsvergunning en ongewenstverklaring wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onacceptabel tijdsverloop.