ECLI:NL:RBSGR:2004:AR6625
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking verblijfsvergunning asiel wegens artikel 1F VSV
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, kreeg aanvankelijk een voorwaardelijke verblijfsvergunning en later een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Op 24 februari 2004 werd deze vergunning ingetrokken door verweerder vanwege vermeende gedragingen als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag (VSV).
Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. Tijdens de procedure erkenden partijen dat het bestreden besluit in zijn geheel niet in stand kan blijven. De rechtbank oordeelt dat zij zich moet beperken tot het gegrond verklaren van het beroep en vernietiging van het besluit, omdat er geen ambtshalve grond is om het gelijkluidende standpunt van partijen onaanvaardbaar te achten.
Verweerder wilde een rechterlijk oordeel over de toepassing van artikel 1F VSV, maar de rechtbank stelt dat dit geen zelfstandig voor beroep vatbaar besluit is en daarom niet afzonderlijk beoordeeld kan worden. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en veroordeelt verweerder in de proceskosten.
De rechtbank benadrukt dat verweerder artikel 3 EVRM Pro in verband met artikel 29 Vw Pro heeft geschonden door het besluit tot intrekking te nemen zonder voldoende onderzoek naar de uitzettingsrisico's. Het vonnis is uitgesproken door een meervoudige kamer voor vreemdelingenzaken op 17 november 2004.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is vernietigd en verweerder is veroordeeld in de proceskosten.