ECLI:NL:RBSGR:2004:AR6647
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, had een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd die werd ingetrokken vanwege vermeende betrokkenheid bij ernstige misdrijven (artikel 1F Vluchtelingenverdrag). Na een deskundig advies van het Openbaar Ministerie (OM) bleek er onvoldoende redelijk vermoeden van schuld aan strafbare feiten waarvoor Nederland rechtsmacht heeft. Verweerder handhaafde de afwijzing van de aanvraag, stellende dat er serieuze vermoedens zouden zijn, maar gaf geen concrete andere misdrijven aan.
De rechtbank oordeelde dat het besluit niet voldeed aan de motiveringseisen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) omdat verweerder niet voldoende had onderbouwd waarom de aanvraag afgewezen moest worden ondanks het advies van het OM. De eerdere 1F-misdrijven die aan eiser waren tegengeworpen konden na het OM-advies niet langer aan verlening van een verblijfsvergunning in de weg staan.
Het beroep van eiser werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen met inachtneming van de overwegingen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.