ECLI:NL:RBSGR:2004:AR6653
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening en proceskostenveroordeling bij intrekking vreemdelingenbesluit
Verzoekster, van Kazachse nationaliteit, diende in 1999 een aanvraag in voor toelating als vluchteling. Deze werd geweigerd, waarna zij bezwaar maakte en een voorlopige voorziening verzocht tegen uitzetting. Na diverse procedures verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk wegens intrekking van het bestreden besluit door verweerder in 2004.
De gemachtigde van verzoekster handhaafde het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening ondanks intrekking. Verweerder stelde dat sprake was van samenhangende zaken, waardoor een proceskostenveroordeling in de bodemzaak volstond. De rechtbank oordeelde echter dat er geen samenhangende zaken waren omdat slechts één besluit was genomen.
De rechtbank wees het verzoek tot voorlopige voorziening af en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten ad € 322,-, te voldoen aan de griffier. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen en de Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten ad € 322,-.