ECLI:NL:RBSGR:2004:AR7441
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring na staandehouding in kader mobiel toezicht bij grensovergang
Eiser, van Sierraleoonse nationaliteit, werd op 17 november 2004 nabij de grensovergang Oldenzaal door de Koninklijke Marechaussee (KMar) staande gehouden in het kader van mobiel toezicht. Het proces-verbaal vermeldde niet de specifieke omstandigheden of redenen voor de aanhouding van het voertuig met Nederlands kenteken waarin eiser zat. De rechtbank oordeelde dat dit een schending was van de vereisten uit paragraaf A3/2.2.3 van de Vreemdelingenwet en dat het proces-verbaal onvoldoende waarborgen bood tegen discriminatoir toezicht.
De bewaring van eiser, opgelegd op 17 november 2004 en opgeheven op 19 november 2004, werd door de rechtbank onrechtmatig verklaard omdat de procedure niet voldeed aan de wettelijke eisen van artikel 50 Vreemdelingenwet Pro 2000. Tevens werd geoordeeld dat eiser ten onrechte geen volledige advocaatbijstand kreeg tijdens het verhoor voorafgaand aan de inbewaringstelling.
De rechtbank kende eiser een schadevergoeding toe van €190,- voor de twee dagen in bewaring en veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten van €644,-. Het beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak werd gedaan door rechter Lootsma-Oude Nijeweme op 3 december 2004.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens onrechtmatige bewaring en eiser krijgt schadevergoeding en proceskosten toegekend.