ECLI:NL:RBSGR:2004:AR8685
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering visum kort verblijf wegens vestigingsgevaar en onvoldoende binding met land van herkomst
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit, vroeg op 23 september 2003 een visum kort verblijf aan voor familiebezoek bij zijn broer in Nederland. Verweerder weigerde het visum vanwege twijfel over de terugkeer van eiser naar Marokko, het zogenoemde vestigingsgevaar. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze weigering.
De rechtbank overwoog dat eiser onvoldoende economische binding heeft met zijn land van herkomst, omdat hij geen inkomsten uit werk op de boerderij van hun vader verwerft. Ook is eiser relatief jong, ongehuwd en kinderloos, wat wijst op een zwakke sociale band met Marokko. Daarnaast was er tegenstrijdige informatie over het land waar eiser na afloop van zijn verblijf zou verblijven; eiser verklaarde Spanje, terwijl de referent aangaf dat hij naar Marokko zou terugkeren.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht twijfelde aan het doel van het verblijf en de verblijfsomstandigheden en dat het vestigingsgevaar aannemelijk was. Daarom was de weigering van het visum gerechtvaardigd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werden geen kosten aan partijen toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het visum kort verblijf wordt ongegrond verklaard.