ECLI:NL:RBSGR:2004:AR8761
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.H.J.G. Brekelmans
- Rechtspraak.nl
Verlening verblijfsvergunning studie met terugwerkende kracht afgewezen wegens late bewijsaanlevering
Eiser, een Pakistaanse student, vroeg een verblijfsvergunning voor studie aan voor het studiejaar 2002/2003. Verweerder weigerde de vergunning omdat het bewijs van inschrijving pas op 25 september 2003 werd overgelegd, na afloop van het studiejaar. Daarnaast ontbrak een garantverklaring voor het onderhoud.
Eiser stelde dat hij al voor aanvang van het studiejaar had aangetoond dat hij zou worden ingeschreven en dat de garantverklaring in een andere procedure was overgelegd. De rechtbank oordeelde dat de verklaring die na afloop van het studiejaar werd toegezonden niet tot vergunningverlening kan leiden. Wel was de verklaring van voor aanvang van het studiejaar voldoende om aan te tonen dat eiser zou worden ingeschreven.
Verder vond de rechtbank dat verweerder onvoldoende zorgvuldig had gehandeld door niet om aanvullende bewijsstukken te vragen over de garantstelling, ondanks dat eiser had aangegeven samen te wonen met zijn partner die hem onderhoudt.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen vier weken een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd een voorlopige voorziening getroffen tegen uitzetting en verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.