ECLI:NL:RBSGR:2004:AS2279
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag verblijfsvergunning en niet-ontvankelijkheid bezwaar
Eiseres, van Iraanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier op basis van de discretionaire bevoegdheid van verweerder. De rechtbank stelde vast dat de brief van eiseres van 21 augustus 2003 en de aanvullende brief van 9 september 2003 als een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, Awb moet worden beschouwd. Verweerder had niet duidelijk gereageerd met een besluit op deze aanvraag, zoals blijkt uit zijn brief van 20 november 2003.
Verweerder verklaarde het daarop ingediende bezwaar niet-ontvankelijk, omdat volgens hem geen sprake was van een aanvraag of een besluit. De rechtbank oordeelde echter dat de brief van verweerder niet kan worden aangemerkt als een besluit of een schriftelijke weigering een besluit te nemen. Hierdoor was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk, maar op andere gronden dan verweerder had aangevoerd.
De rechtbank behandelde het beroep op 1 november 2004 en concludeerde dat het beroep ongegrond is. Er was geen reden om een partij te veroordelen in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat een aanvraag op grond van de discretionaire bevoegdheid kan worden ingediend en dat een brief van de overheid niet automatisch als besluit geldt als het besluitvormingsproces nog niet is afgerond.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.