ECLI:NL:RBSGR:2004:AS2707
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing inbewaringstelling wegens schending hoorrecht door niet-tijdige aanvoer
Eiser is op 1 oktober 2004 in bewaring gesteld en heeft hiertegen beroep ingesteld. De zitting stond gepland op 12 oktober 2004, maar eiser werd niet aangevoerd. De behandeling werd uitgesteld naar 13 oktober 2004, maar wederom werd eiser niet aangevoerd ondanks dat de gemachtigde wel aanwezig was. De rechtbank constateert dat verweerder verantwoordelijk is voor de tijdige aanvoer van de in bewaring gestelde vreemdelingen en dat het niet aanvoeren voor rekening en risico van verweerder komt.
De rechtbank heeft verweerder voorafgaand aan de zitting op de hoogte gesteld van de transportproblemen en hem de mogelijkheid geboden alsnog voor tijdige aanvoer te zorgen, maar dit is niet gelukt. Omdat eiser niet binnen de wettelijke termijn van veertien dagen is gehoord, is zijn recht op horen geschonden zoals bepaald in artikel 94, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank oordeelt dat voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel vanaf 14 oktober 2004 in strijd is met de wet en beveelt de opheffing van de bewaring per die datum. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten van eiser ad € 644,-. Er is geen aanleiding tot toekenning van schadevergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de inbewaringstelling wordt per 14 oktober 2004 opgeheven.