ECLI:NL:RBSGR:2004:AS3567
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden bij bewaring vreemdeling
Op 7 september 2004 is eiser, een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, in bewaring gesteld met het oog op uitzetting vanwege het belang van de openbare orde. Tegen deze maatregel stelde eiser op 8 september 2004 beroep in. Tijdens de zitting van 20 september 2004 verscheen eiser persoonlijk met zijn raadsvrouw.
De wet van 24 juni 2004 wijzigde de Vreemdelingenwet 2000, waardoor de overheid verplicht is binnen 28 dagen na oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel de rechtbank hiervan in kennis te stellen, tenzij de vreemdeling zelf eerder beroep instelt. Artikel 6:5 Awb Pro vereist dat een beroepschrift gronden bevat. In dit geval ontbraken deze gronden, en ondanks de mogelijkheid tot herstel tijdens de zitting, heeft eiser geen gronden aangevoerd.
De rechtbank oordeelt daarom dat het beroep niet-ontvankelijk is. Er is geen sprake van misbruik van procesrecht, aangezien eiser verklaarde het beroep te hebben ingesteld om duidelijkheid te verkrijgen over de voortvarendheid van de uitzetting. Er worden geen kosten aan eiser opgelegd. Het vonnis is uitgesproken op 22 september 2004.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden in het beroepschrift.