ECLI:NL:RBSGR:2004:AS3826
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- K.I. Hilberts-de Jong
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel en weigering voorlopige voorziening voor Koerdische asielzoeker uit Noord-Irak
Verzoeker, een Koerdische asielzoeker uit Noord-Irak, diende een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel in die werd afgewezen door verweerder. Verzoeker vreesde vervolging vanwege de activiteiten van zijn vader binnen het Baath-regime en een poging tot moord op zijn persoon. Hij stelde dat terugkeer naar Noord-Irak onveilig is en dat het Nederlandse beleid ten onrechte gedwongen terugkeer toestaat.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker onvoldoende geloofwaardige en samenhangende verklaringen had gegeven, mede door het ontbreken van reis- en identiteitspapieren en onvoldoende bewijs voor de geuite vrees. Het ambtsbericht van 3 juni 2004, waarop het beleid is gebaseerd, werd als objectief en onpartijdig beoordeeld. Verweerder voert geen gedwongen terugkeer naar Noord-Irak uit.
Gelet op deze feiten en het beleid concludeerde de voorzieningenrechter dat de afwijzing van de verblijfsvergunning terecht was en dat er geen grond was voor een voorlopige voorziening. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen.