ECLI:NL:RBSGR:2004:AS4805
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van taalanalyse en verblijfsvergunning vreemdeling
De zaak betreft een vreemdeling die sinds 1997 in Nederland verblijft en een aanvraag tot verblijfsvergunning heeft ingediend, welke meerdere malen is afgewezen. Centrale discussie is de betrouwbaarheid en het gebruik van een taalanalyse die de nationaliteit van eiser moest vaststellen. De rechtbank oordeelt dat verweerder in strijd met het beleid heeft gehandeld door geen rapport van bevindingen op te maken na een taalanalyse die niet werd gebruikt voor presentatie bij een ambassade, maar wel leidde tot intrekking van een besluit en een nieuwe beslissing op bezwaar.
Eiser heeft aangevoerd dat hij zijn Libische nationaliteit aannemelijk heeft gemaakt met diverse documenten en dat de taalanalyse onzorgvuldig is uitgevoerd, mede omdat hij op advies van zijn gemachtigde niet heeft meegewerkt en zijn spraak heeft aangepast om presentatie bij de Libische autoriteiten te voorkomen. De rechtbank stelt vast dat de opname onvoldoende basis vormt voor de taalanalyse en dat verweerder het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel heeft geschonden.
Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder terecht onderzoek deed naar de identiteit van eiser gezien het ontbreken van documenten, en dat dit niet in strijd is met het verbod op reformatio in peius. Uiteindelijk verklaart de rechtbank het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit, en beveelt een nieuwe besluitvorming. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder wordt veroordeeld tot nieuwe besluitvorming en vergoeding van proceskosten.