ECLI:NL:RBSGR:2004:AS4810
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.Th. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering Dexia wegens schending zorgplicht bij aandelenleaseovereenkomst
Dexia Bank Nederland N.V. vordert betaling van een restschuld uit hoofde van een aandelenleaseovereenkomst gesloten met de gedaagde. De overeenkomst betrof het leasen van aandelen met een variabele looptijd en een bonusregeling bij voortzetting. Gedaagde was herhaaldelijk in gebreke met betalingen, waarna Dexia de aandelenpositie verkocht en een eindafrekening maakte.
Gedaagde voerde verweer met het argument dat zij de overeenkomst niet goed begreep vanwege taal- en opleidingsachterstand, verkeerde verwachtingen had over het product, en dat Dexia haar zorgplicht had geschonden. Tevens wees zij op haar schrijnende financiële en medische situatie.
De kantonrechter oordeelde dat Dexia niet had voldaan aan haar bijzondere zorgplicht zoals neergelegd in artikel 28 van Pro de Nadere Regeling toezicht effectenverkeer 1999. Dexia had onvoldoende onderzoek gedaan naar de financiële positie en beleggingsdoelen van gedaagde en had te lang gewacht met het sluiten van de positie ondanks betalingsachterstanden en koersdalingen.
Gezien de gedeelde verantwoordelijkheid voor het ontstaan van het nadeel en de zwaardere zorgplicht van Dexia, werd de schade verdeeld waarbij het grootste deel voor rekening van Dexia bleef. De vordering van Dexia werd afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van Dexia wordt afgewezen wegens schending van de zorgplicht en rekening houdend met de financiële situatie van de gedaagde.