ECLI:NL:RBSGR:2004:AS4940
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens toepassing artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Eiser, een Turkse asielzoeker, werd door verweerder de verblijfsvergunning asiel geweigerd op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, omdat hij volgens een vonnis van de Turkse Staatsveiligheidsrechtbank was veroordeeld voor activiteiten voor een verboden organisatie. Eiser stelde dat zijn bekentenissen onder marteling en bedreiging waren verkregen, wat werd ondersteund door medische verslagen en rapporten van mensenrechtenorganisaties.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zich niet redelijk kon baseren op het vonnis van de Turkse rechtbank, mede omdat het onwaarschijnlijk is dat processen-verbaal mishandelingen zouden vermelden en verweerder niet kon aantonen dat deze documenten nog beschikbaar zijn. Daarnaast sloten de verklaringen van eiser aan bij het patroon van mensenrechtenschendingen in Turkije.
Verweerder kon ook niet aannemelijk maken dat eiser slechts marginale activiteiten binnen de verboden organisatie had verricht. De rechtbank concludeerde dat verweerder het motiveringsvereiste had geschonden en vernietigde het besluit, met de opdracht tot hernieuwde besluitvorming en een proceskostenvergoeding aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd.