ECLI:NL:RBSGR:2004:AS5230
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening tegen uitzetting staatloze afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker, een staatloze, diende op 21 juli 2004 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd op 24 juli 2004 door verweerder afgewezen, waarna verzoeker direct beroep instelde. Tegelijkertijd nam verweerder een ambtshalve besluit om verzoeker geen verblijfsvergunning regulier te verlenen op grond van het staatlozenbeleid. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit ambtshalve besluit.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het beroep tegen het ambtshalve besluit schorsende werking heeft, zoals bepaald in artikel 82, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000. Hierdoor kan verzoeker de beslissing op het beroep in Nederland afwachten en is er geen spoedeisend belang bij het verzoek om een voorlopige voorziening die uitzetting zou voorkomen.
De rechtbank oordeelde daarom dat het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk is. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan op 12 augustus 2004 door de voorzieningenrechter R.A.V. Boxem.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken spoedeisend belang.