ECLI:NL:RBSGR:2004:BI5042
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering op grond van borgstelling na intrekking krediettoezegging
De Staat der Nederlanden heeft WLK aangesproken op grond van een borgstelling voor de terugbetalingsverplichtingen van WLS onder de TOK. WLK voerde aan dat de betalingsregeling nietig zou zijn wegens strijd met de wet, omdat de terugvorderingsbeslissing zonder voorafgaande vaststelling van het kredietbedrag was genomen.
De rechtbank oordeelt dat de terugvorderingsbeslissing een intrekking van de krediettoezegging impliceert, waardoor geen verzoek om vaststelling van het kredietbedrag heeft plaatsgevonden. De betalingsregeling is niet vernietigbaar op grond van dwaling of misbruik van omstandigheden, omdat WLK niet van een onjuiste voorstelling van zaken is uitgegaan en de Staat geen misbruik heeft gemaakt.
De verschuldigdheid van het gevorderde bedrag is erkend, zodat de vordering wordt toegewezen. WLK wordt veroordeeld tot betaling van €146.180,87 plus wettelijke rente en in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt WLK tot betaling van het gevorderde bedrag met rente en proceskosten.