ECLI:NL:RBSGR:2005:AS5594
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.Th. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Aandelenleaseovereenkomst WinstVerDriedubbelaar: zorgplicht Dexia en verdeling nadeel
Op 23 juli 1999 sloot gedaagde een aandelenleaseovereenkomst 'WinstVerDriedubbelaar' met Dexia. De overeenkomst betrof een lease van aandelen met een looptijd van 36 maanden en een totale leasesom van €23.501,30. Aan het einde van de looptijd stelde Dexia een eindafrekening op waaruit een restschuld van €6.593,25 bleek, die gedaagde niet betaalde.
Dexia vorderde betaling van deze restschuld vermeerderd met rente en kosten. Gedaagde stelde zich op het standpunt dat Dexia tekort was geschoten in haar zorgplicht en dat de overeenkomst vernietigbaar was wegens dwaling en het ontbreken van een Wck-vergunning. Tevens stelde hij dat zijn echtgenote de overeenkomst buitengerechtelijk had vernietigd, maar zij was geen partij in het geding.
De kantonrechter oordeelde dat het beroep op vernietiging ex art. 1:88 BW Pro niet door gedaagde kon worden gedaan, maar alleen door zijn echtgenote. Het beroep op dwaling faalde, mede omdat gedaagde de overeenkomst niet goed had gelezen. Dexia had echter onvoldoende zorg betracht door niet te onderzoeken of gedaagde voldoende bestedingsruimte en inzicht in beleggen had en door niet in te grijpen bij koersdalingen. Daarom droeg Dexia 75% van het nadeel, gedaagde 25%. De vordering van Dexia werd afgewezen en gedaagde kreeg een deel van de betaalde rente terugbetaald. Proceskosten werden deels toegewezen.
Uitkomst: De vordering van Dexia tot betaling van de restschuld wordt afgewezen; Dexia draagt 75% van het nadeel en moet €1.442,66 aan gedaagde terugbetalen.