ECLI:NL:RBSGR:2005:AS6014
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.H.B.M. Potters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning wegens ontbreken geldige machtiging tot voorlopig verblijf
Eiser, van Turkse nationaliteit, had sinds 1988 verblijfsrecht in Nederland op basis van een huwelijk dat in 1998 feitelijk werd verbroken en in 2001 werd gescheiden. Na het verbreken van de gezinsband verzocht eiser niet tijdig, binnen zes maanden, om voortgezet verblijf. Verweerder wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een geldige mvv.
Eiser stelde zich op het standpunt dat hij vrijstelling van het mvv-vereiste toekomt of dat de hardheidsclausule toegepast moest worden. De rechtbank oordeelde dat het mvv-vereiste terecht werd toegepast omdat eiser niet tijdig een aanvraag had ingediend en geen uitzonderlijke omstandigheden aannemelijk had gemaakt.
De rechtbank overwoog dat de hardheidsclausule slechts in zeer uitzonderlijke gevallen geldt en verweerder voldoende argumenten had om te concluderen dat geen onbillijkheid van overwegende aard bestond. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalde, omdat het mvv-vereiste niet in strijd is met het recht op gezinsleven.
Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser werd niet in het gelijk gesteld. Er werd geen aanleiding gezien om een van de partijen te veroordelen in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag verblijfsvergunning wordt afgewezen wegens ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf.