ECLI:NL:RBSGR:2005:AS6169
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- E.H.B.M. Potters
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot voorlopige voorziening inzake schorsende werking bezwaar verblijfsvergunning afgewezen
Verzoeker, van Ivoriaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in die werd afgewezen. Bij besluit van 7 juni 2002 werd het bezwaar tegen deze afwijzing ongegrond verklaard en werd ambtshalve besloten geen reguliere verblijfsvergunning te verlenen vanwege het driejarenbeleid. Verzoeker mocht volgens verweerder de behandeling van het bezwaar niet in Nederland afwachten, wat aanleiding gaf tot het verzoek om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het bezwaar tegen het besluit op grond van artikel 73 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 van rechtswege schorsende werking heeft, zodat het verzoek tot voorlopige voorziening niet-ontvankelijk is. Verzoeker heeft daardoor geen procesbelang bij het treffen van een voorlopige voorziening.
Daarnaast veroordeelt de voorzieningenrechter de Staat tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van verzoeker. Het verzoek werd behandeld zonder aanwezigheid van verzoeker of zijn gemachtigde, maar met vertegenwoordiging van verweerder.
De uitspraak is definitief en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege de schorsende werking van het bezwaar.