ECLI:NL:RBSGR:2005:AS7923
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen mvv-vereiste voor zelfstandige arbeid op grond van associatieovereenkomst EG-Bulgarije
Verzoeker, een Bulgaarse onderdaan, verzocht om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning met als doel arbeid als zelfstandige. De afwijzing was gebaseerd op het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), zoals vereist volgens de Nederlandse Vreemdelingenwet 2000.
De voorzieningenrechter overwoog dat het stellen van het mvv-vereiste niet in strijd is met de associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en Bulgarije. Hierbij werd het arrest van het Hof van Justitie van 16 november 2004 (zaak C-327/02) betrokken, waarin werd bevestigd dat een lidstaat een stelsel van voorafgaande controle mag hanteren waarbij de toegang tot het grondgebied afhankelijk wordt gesteld van het verkrijgen van een mvv.
Verzoeker voerde aan dat de procedure voor het verkrijgen van een mvv niet voldoet aan de eis van gemakkelijk toegankelijke procedureregels en een redelijke termijn voor behandeling. De voorzieningenrechter constateerde echter dat de termijn van drie maanden niet onredelijk is en dat er geen aanwijzingen waren dat deze termijn werd overschreden. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
De uitspraak bevestigt dat het mvv-vereiste onder voorwaarden verenigbaar is met de associatieovereenkomst en dat de Nederlandse regelgeving en praktijk hieraan voldoen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt afgewezen omdat het mvv-vereiste niet in strijd is met de associatieovereenkomst.